Voor een herfstwandeling van 10 km bij 5 graden en motregen werk je met drie lagen: een dunne thermische onderlaag van merinowol of kunststof, een fleece of dunne donsjas als middenlaag en een waterafstotende, ademende jas als buitenlaag. Draag daaronder geen katoen, want dat blijft nat en koelt je uit. Met dit pakket blijf je warm tijdens het lopen en kun je bij een pauze snel een laag toevoegen.
Waarom lagen beter werken dan één dikke jas
Een wandeling van 10 km duurt bij een rustig tempo van 4 tot 5 km per uur ongeveer twee tot tweeënhalf uur. In die tijd wissel je tussen warm worden tijdens een klim en afkoelen bij een pauze of tegenwind. Met lagen kun je daarop inspelen. Een jas open of dicht ritsen, een muts afdoen of een extra trui aantrekken kost niets, terwijl één dikke jas je ofwel doet zweten ofwel laat rillen.
Bij 5 graden voelt het snel kouder wanneer het waait. Rekenen met een gevoelstemperatuur van een paar graden lager is verstandig, zeker op open stukken zoals heide of dijken.
De drie lagen in detail
Onderlaag: houdt je droog
De onderlaag ligt direct op je huid en heeft één taak: vocht afvoeren. Merinowol doet dat goed en ruikt na een lange dag minder snel muf. Kunststof thermoshirts drogen sneller en zijn vaak goedkoper. Zit je liever op je gemak met een wat dikkere variant, kies dan een shirt met lange mouwen en een hoge hals.
Middenlaag: houdt de warmte vast
Een fleece of een lichte donsjas bewaart de warmte die je lichaam maakt. Bij 5 graden is een middelzware fleece meestal genoeg zolang je blijft lopen. Houd je er rekening mee dat je bij een lunchpauze in een bos snel afkoelt, stop dan een lichte donsjas in je rugzak om overheen te trekken.
Buitenlaag: houdt regen en wind tegen
Bij motregen is een jas die waterafstotend en winddicht is voldoende, zolang hij ademt. Een volledig waterdichte regenjas houdt de regen buiten, maar zonder ventilatie word je van binnen toch nat. Een regenponcho is lucht en ruim, maar kan bij wind flink wapperen en blijft vaak aan takken haken.
Benen, voeten en handen
Voor je benen kies je een stevige wandelbroek of een legging met een broek erover. Jeans zijn minder geschikt, want ze worden zwaar en koud zodra ze nat zijn. Op je voeten draag je wollen of synthetische wandelsokken, liefst met een reservepaar in je rugzak. Natte voeten zijn de snelste manier om een mooie dag te verpesten.
Wandelschoenen met een stroef profiel en een waterafstotende laag zijn in het najaar fijn, omdat bladeren, modder en natte boomwortels glad zijn. Draag handschoenen en een muts of buff, want via je hoofd en handen verlies je veel warmte.
Wat zit er verder in je rugzak
Een rugzak van 15 tot 20 liter is genoeg voor een dagwandeling. Neem minimaal een halve liter water mee, iets te eten, een reservelaag, een regenhoes voor je tas en een kleine hoofdlamp. In de herfst gaat de zon in november al voor zes uur onder, dus een lamp is geen overbodige luxe als je pas in de middag vertrekt.
Een eenvoudige controle voor je vertrekt
Kijk een uur voor vertrek naar de actuele buienradar en de windrichting. Voel binnen of je bij het openritsen van je jas koud wordt. Heb je het buiten de eerste tien minuten net aangenaam, dan zit je goed, want je lichaam warmt tijdens het lopen vanzelf op. Heb je het dan al warm, doe dan een laag uit voordat je gaat zweten, want zweet is de grootste vijand van je lichaamswarmte.