Je kunt in november al beginnen met vetbollen ophangen, en je hoeft pas echt te vullen als het langere tijd vriest of sneeuwt. Voor een gemiddelde voederplek met een stuk of tien vogels heb je ruim 100 vetbollen nodig tussen november en maart, ongeveer 11 kilo in totaal. Dat klinkt veel, maar verdeeld over vijf maanden is het niet meer dan een bol per dag in het midden van de winter.
Wanneer begin je met voeren?
Veel mensen wachten tot de eerste vorst. Dat kan, maar vogels die in oktober en november al een betrouwbare voederplek vinden, komen vaker terug. Hang de eerste bollen daarom op rond begin november en doe het rustig aan. In deze maand is er buiten nog genoeg te eten, dus een halve bol per dag is meer dan genoeg voor een kleine tuin.
Zodra het onder nul komt of er sneeuw ligt, gaat het verbruik omhoog. Dan vliegen mezen, roodborstjes en pimpelmezen er vaker op af. Blijf vooral doorgaan wanneer je eenmaal bent begonnen, want vogels gaan op je tuin rekenen.
De rekensom voor een winter
Een standaard vetbol weegt meestal 90 gram. Met onderstaande verdeling kom je uit op een realistisch aantal:
- November: gemiddeld een bol per twee dagen, dus 15 bollen.
- December tot en met februari: gemiddeld een bol per dag, zo'n 90 bollen.
- Maart: weer een bol per twee dagen, dus 15 bollen.
Samen zijn dat 120 bollen van 90 gram, ofwel 10,8 kilo. Is jouw tuin klein en komen er maar een paar vogels, dan hou je de helft over. Zijn er elke dag veel bezoekers, dan kan het aantal oplopen tot twee bollen per dag in een strenge vorstperiode.
Welke vetbollen kies je?
Kies bollen zonder plastic netje. Vogels kunnen met hun poten of snavel in het netje verstrikt raken, en dat gaat vaak mis bij kleinere soorten. Beter zijn losse vetbollen of een voederhuisje waar je de bol in legt. Let ook op de samenstelling: een goede vetbol bestaat uit dierlijk of plantaardig vet met zaden, pinda's of insecten, en bevat geen palmolie met een lange lijst toevoegingen.
Wil je het zelf maken, meng dan ongeveer een deel zaden met een deel ongezouten vet, zoals ongezouten frituurvet of kokosvet, en laat het stollen in een bakje. Gebruik nooit zout of etensresten uit de keuken, want dat is voor vogels slecht.
Waar hang je ze op?
Hang de bollen op een plek waar vogels hun omgeving goed kunnen overzien en snel dekking vinden, bijvoorbeeld op een tak van een struik. Zet ze niet te dicht bij een raam, want dan kunnen vogels er tegenaan vliegen. Hang ze ook niet op een plek waar katten ze makkelijk kunnen bereiken. Een afstand van minimaal anderhalve meter tot de grond en tot muren of hekken is een goede vuistregel.
Houd het schoon
Haal oude, verschimmelde of vieze bollen weg en reinig het voederhuisje om de paar weken met heet water. Bij een voederplek die lang niet is schoongemaakt, kunnen ziektes zich sneller verspreiden. Gebruik daarbij geen schoonmaakmiddel dat sterk ruikt, want daar blijft vaak een geur achter die vogels afschrikt.
Kijk in je agenda naar de laatste week van maart en plan dan alvast om te stoppen met het dagelijks bijvullen. Zodra het weer warmer is en er weer insecten zijn, hebben de vogels je hulp niet meer nodig. Door je voorraad vooraf uit te rekenen, voorkom je dat je in januari zonder bollen zit terwijl het hard vriest.